Hoofdstuk 4 - Hoe ziet ons onderwijs eruit?

Scholen zijn niet geheel vrij in de aanpak van hun onderwijs. De overheid stelt eisen in de vorm van kerndoelen.

Onze school werkt, net als de meeste scholen, met landelijk in gebruik zijnde methoden.

4.1 Catechese

Wij werken met de methode "Trefwoord". In gr 1-2 wordt aangesloten bij de thema 's van trefwoord, als er een viering voor de hele school uit voortvloeit. Ook wordt gebruikt gemaakt van televisielessen, die uitgezonden worden door Teleac/NOS.

Tijdens de lessen wordt veel gepraat over diverse onderwerpen en verteld over eigen ervaringen. Op deze manier proberen we begrip te hebben voor elkaar en anderen. Het uitgangspunt is ons christelijk geloof. Dit soort momenten van met elkaar in gesprek zijn, beperken zich natuurlijk niet alleen tot de catecheselessen.

4.2 Werken met materialen

Deze term kennen we alleen in groep 1 en 2. Het omvat het werken en het spelen in hoeken met creatieve- en ontwikkelingsmaterialen. Al spelend met deze materialen, in opdracht van de leerkracht of naar eigen keuze van het kind, ontwikkelen kinderen zich.

De taak van de leerkrachten is stimulerend en begeleidend. Zij bieden materialen aan die aansluiten bij de ontwikkeling van het kind.

4.3 Bewegingsonderwijs

Alle kinderen hebben minimaal twee keer per week een moment van bewegingsonderwijs. Dit kan een gym- of een zwemles zijn. De kinderen van groep 1 en 2 spelen, indien het weer het toelaat, dagelijks buiten. Indien dit niet kan, wordt er een keer per week gebruik gemaakt van het speellokaal.

In de gymlessen wordt afwisselend aandacht besteed aan een spelles en een toestelles. Belangrijk vinden wij het samenwerken en het samen spelen, sportief gedrag en het aanleren van diverse technieken.

4.4 Lezen

Leren lezen is een van de belangrijkste dingen die een kind zich op school eigen maakt. Door middel van kringgesprekken en voorlezen stimuleren we dit in de groepen. In groep 1-2 is er een taal- leeshoek en komen taal/leesactiviteiten terug in de weekopdrachten. Deze activiteiten rondom taal- leesontwikkeling noemen we ontluikende geletterdheid. Ook zijn er leeshoeken ingericht in andere groepen. (vaak rond een thema)

Om het leesproces onder de knie te krijgen werken wij met de methode Veilig leren lezen. In de groepen 4 t/m 6 wordt er gewerkt met de voortgezet technisch leesmethode "Goed gelezen".

Naast dit proces om de leestechniek te leren beheersen, werken we systematisch aan het beheersen van het begrijpend lezen. Hiervoor gebruiken we de methode "Goed gelezen".

Diverse vormen van lezen worden gebruikt in onze school. U kunt denken aan de leeshoek, het maken van werkstukken en het houden van spreekbeurten, het houden van boekbesprekingen e.d. Maar ook het individueel lezen, het duo-lezen, het lezen met groepen krijgt aandacht.

Jaarlijks besteden we aandacht aan de boekenweek, aan een project rond poëzie en wordt een voorleeskampioen gekozen, die afgevaardigd wordt naar de voorleeswedstrijd in de bibliotheek in Montferland en besteden we aandacht aan de nationale voorleesdag.

Twee keer in de week kennen we een gezamenlijk leesmoment voor de hele school. Het belangrijkste doel van deze gezamenlijke leesmomenten is om de leesvreugde te stimuleren, maar ook om de woordenschat te verbeteren en de (verbale) uitdrukkingsvaardigheid te bevorderen.

4.5 Taal

In groep 1-2 worden veel taalactiviteiten in de kring ondernomen, die passen bij het aangeboden thema. In groep 3 zijn taal en lezen nauw met elkaar verbonden. Hier wordt dus de eerder genoemde methode Veilig leren lezen voor gebruikt.

In groep 4 werken we met de methode Taalverhaal (in groep 3 wordt uit deze methode het spellingsonderwijs aangevuld) Er wordt in groep 4-8 methodisch getoetst om te zien of een leerling zich de stof eigen heeft gemaakt.

Naast deze methode wordt veel gewerkt met taalontwikkelingsmateriaal, taalspelletjes en de computer. We streven ernaar, het taalgebruik zo aan te leren, dat het voor kinderen toepasbaar is in dagelijkse situaties.

Voor spelling gebruiken we ook Taalverhaal.

4.6 Rekenen

In de groepen 1 en 2 zijn de kinderen spelenderwijs bezig met rekenbegrippen. Dit gebeurt in de vorm van ontdekken, spelen en veel tijdens kringactiviteiten. Ook komen rekenactiviteiten terug in de weekopdrachten. Diverse materialen zijn aanwezig.

Vanaf groep 3 wordt gewerkt met de methode "Pluspunt". Deze methode kent het ideeënboek, dat gebruikt wordt in de groepen 1 en 2. De methode is verdeeld in blokken. Elk blok omvat een periode van 3 weken waarin bepaalde rekenbegrippen aan de orde worden gesteld. Aan het einde van een blok volgt een toets. Aan de hand van de toets bekijkt de leerkracht hoe de voortgang is.

Op onze school kennen we net als overal, kinderen die snel werken of juist meer tijd nodig hebben. Kinderen die makkelijk leren of juist meer moeite hebben met de leerstof. In de hierboven genoemde methoden kan de leerkracht hiermee rekening houden. In elke methode bestaat de mogelijkheid om te differentiëren. Dit houdt in dat de stof op verschillende niveaus in een klas wordt aangeboden, zodat kinderen zoveel mogelijk op een bij hen passend niveau aan het werk kunnen. Soms werken kinderen met een eigen programma. Dit wordt natuurlijk altijd met de ouders besproken.

4.7 Zaakvakken

Onder zaakvakken verstaan we aardrijkskunde, geschiedenis, natuuronderwijs en techniek.
In de groepen 1 t/m 4 komen deze vakken in thema 's aan de orde. De onderwerpen liggen dichtbij de belevingswereld van de kinderen.
Het vak techniek staat niet apart, maar vormt vaak een onderdeel van andere lessen en komt dan ook als thema aan de orde.
Vanaf groep 5 worden de vakken afzonderlijk aangeboden.
Voor geschiedenis gebruiken we de methode: "Wijzer door de tijd".
In groep 5 worden onderwerpen behandeld vanuit de belevingswereld van het kind.
Vanaf groep 6 is de methode chronologisch opgebouwd. D.w.z. dat er vanuit de prehistorie een opbouw is tot de periode vlak na de Tweede Wereldoorlog.
Voor aardrijkskunde gebruiken we de methode: "Wijzer door de wereld".
In groep 5 worden onderwerpen behandeld uit de omgeving van de kinderen.
In groep 6 wordt Nederland behandeld, in groep 7 Europa en in groep 8 De Wereld.
Voor biologie gebruiken we de methode "Wijzer door de natuur".
Daarnaast gebruiken we materialen van het NME-centrum (Natuur en Milieu Educatie), t.v.-lessen van de NOT, en diverse materialen, die door de leerkrachten zelf zijn verzameld.
In deze methoden duurt een onderwerp ongeveer een maand. Na deze periode is er een toets. Na aanleiding van de toets is er een herhaling of een verdieping van de stof naar gelang het resultaat van de toets.
Naast bovengenoemde vakken krijgen de kinderen in de bovenbouw ook les in de vakken maatschappelijke verhoudingen en geestelijke stromingen. Kinderen krijgen inzicht hoe een land, een gemeente, een provincie bestuurd wordt en er wordt kennis gemaakt met andere culturen en religies.

4.8 Verkeer

In de onderbouwgroepen wordt verkeer in thema 's aangeboden. Vanaf groep 4 wordt wekelijks aandacht besteed aan dit vak.

We gebruiken de methode: "Klaar over" in de groepen 3 t/m 6 en materialen/lesbrieven van 3VO. Er wordt aandacht geschonken aan het eigen verkeersgedrag, de verkeersregels en op de speelplaats worden situaties nagebootst.

In groep 7 gebruiken we boekjes, die voorbereiden op het verkeersexamen.

In groep 7 doen de kinderen een praktisch- en een theoretisch verkeersexamen. Dit examen wordt volledig verzorgd door 3VO afdeling Beek.

4.9 Bevordering gezond gedrag

Bij dit vak komen onderwerpen aan de orde die te maken hebben met gezondheid en leefstijl. Veelal komt dit vak in thema 's aan de orde of is geïntegreerd in andere vakken. Hierbij worden we ondersteund door de GGD Doetinchem. In de groepen 7 en 8 wordt er het ene jaar aandacht geschonken aan genotsmiddelen en het andere jaar aan vandalisme. Hier worden de ouders ook bij betrokken. Ondersteuning krijgen we dan ook van de politie, het Jekk en bureau Halt.

4.10 Schrijven

Een goed handschrift is belangrijk. Het begin is een goede pengreep. In de groepen 1, 2 en 3 gebruiken we de nieuwe methode Novoskript. In de volgende groepen gebruiken we de methode: "Handschrift".

In de bovenbouw wordt in de tweede helft van het schooljaar meer aandacht geschonken aan de ontwikkeling van het eigen handschrift en aan verschillende sierschriften.

4.11 Engels

De kinderen van groep 7 en 8 krijgen wekelijks Engels. Het gaat om een eerste kennismaking met deze taal.
De methode die gebruikt wordt heet: "Junior". Het accent ligt in deze methode op de lees- en luistervaardigheid en de uitspraak.

4.12 Sociale redzaamheid

Onder sociale redzaamheid verstaan we o.a. een bepaalde mate van zelfstandigheid, gerelateerd aan leeftijd. Dit betekent, dat kinderen voor zichzelf op kunnen komen en voor zichzelf kunnen zorgen. Dit komt niet als een apart vakgebied naar voren, maar is geïntegreerd in andere vakken.

Een keer per drie jaren hebben we een thema centraal in de school, waarin we expliciet aandacht schenken aan sociale redzaamheid.Jaarlijks vullen we 2 keer een observatielijst in. N.a.v. deze lijst kan een individueel of een groepsplan worden opgesteld.

4.13 Creatieve vakken

Wij verstaan hieronder: muziek, dans, drama, tekenen, handvaardigheid.Deze vakken worden soms in de eigen groep, soms groepsoverstijgend aangeboden. We gebruiken de methode: "Moet je doen".

4.14 Zelfstandigheidbevordering

Onder zelfstandigheidbevordering verstaan wij allerlei activiteiten van leerlingen op het gebied van bovengenoemde vak- en vormingsgebieden. De leerlingen hebben de mogelijkheid om zelfstandig te werken aan hun taken met hun eigen planning. Bij de kinderen van groep 1 tot en met 3 wordt gewerkt met een planbord. Naarmate de leerlingen ouder worden, gebruiken ze taakformulieren om hun eigen werkzaamheden te plannen en uiteindelijk gebruiken de kinderen van groep 8 een agenda.

4.15 Studievaardigheden

In de groepen 7 en 8 wordt wekelijks aandacht besteed aan studievaardigheden. U moet denken aan het goed leren gebruiken van naslagwerken, het lezen van tabellen en grafieken enz. We gebruiken hiervoor diverse materialen.

4.16 ICT onderwijs

De computer neemt in ons onderwijs een steeds grotere plaats in. In heel veel vakken wordt de computer ingezet als ondersteuning met oefeningen. Steeds vaker wordt de computer gebruikt om informatie te verzamelen en ook maken leerlingen zich programma 's eigen, die gebruikt kunnen worden bij het maken van verslagen en werkstukken. Dit gebruik is vastgelegd in een plan.